De zogenaamde gist ‘Saccharomyces cerevisiae’ zorgt er al eeuwen voor dat ons bier van alcohol van voorzien is, maar heeft sinds een aantal jaren een nieuwe bijrol: de gist maakt bio-ethanol van suikers uit plantenmateriaal. De industriële biotechnologie vaart er wel bij: nu al is bio-ethanol met 65 miljard liter per jaar haar grootste product.
Bio-ethanol 2.0
De eerste generatie bio-ethanol bestaat nog uit grondstoffen die onze voedselproductie in gevaar kan brengen. Daarom wordt er veel onderzoek gedaan naar ‘bio-ethanol 2.0’. Deze moet voortkomen uit reststromen van de landbouw, zoals tarwestro of maïsloof. Maar als je suikers uit zulke grondstoffen vrijmaakt, komen er ook flinke hoeveelheden azijnzuur vrij. En dat kan de productie van ethanol remmen. Hetzelfde effect geldt voor een ander bijproduct, namelijk glycerol.
De juiste ingrediënten
Onderzoekers van de TU Delft hebben de oplossing gezocht in manipulatie van de genen. Door één extra gen toe te voegen aan de gist, ontstaat een nieuw soort gist die azijnzuur omzet in ethanol. Verder verwijderden de onderzoekers twee genen die noodzakelijk zijn voor de vorming van glycerol.
Patent
Wanneer zien we de toepassing terug bij biotech-bedrijven? Volgens de TU Delft moet het concept daarvoor eerst onder industriële omstandigheden getest worden. Intussen heeft het team echter al wel octrooi op hun uitvinding aangevraagd.
Via: BlikopNieuws














































